• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to footer
Arbeidsadvocaat.nl

Arbeidsadvocaat.nl

Wij zijn landelijk werkende modern advocaten die zich volledig focussen op arbeidsrecht. Kies voor juridisch advies op het hoogste niveau.

  • Over
    • Team
    • Het kantoor
    • Tarieven
    • Vacatures
  • Voor werkgevers
  • Voor werknemers
    • Vaststellingsovereenkomst
    • Arbeidsongeval
  • Lab
  • Contact
ONLINE INTAKEGESPREK
  • Over
    • Team
    • Het kantoor
    • Tarieven
    • Vacatures
  • Voor werkgevers
  • Voor werknemers
    • Vaststellingsovereenkomst
    • Arbeidsongeval
  • Lab
  • Contact
ONLINE INTAKEGESPREK

Doorlooptijd ontbindingsprocedure

Lab

Cijfers, onderzoek en tools voor de arbeidsrechtpraktijk

Wij analyseren duizenden rechterlijke uitspraken en bouwen tools op basis van de resultaten. Onafhankelijk, datagedreven, openbaar.

  • 01Doorlooptijd ontbindingsprocedure
  • 02Billijke vergoeding: hoogte
  • 03Billijke vergoeding: factoren
  • 04OntbindingsgrondenBinnenkort
  • 05ToewijzingspercentagesBinnenkort
  • 01Billijke vergoeding calculatorBinnenkort
  • 02Transitievergoeding berekenenBinnenkort
  • 01OntslaggrondenBinnenkort
  • 02Ontslagroute kiezenBinnenkort
Laatst bijgewerkt: april 2026

Hoe lang duurt een ontbindingsprocedure?

Analyse van ruim 2.600 ontbindingsbeschikkingen laat zien: de gemiddelde doorlooptijd bij de kantonrechter is sinds 2016 met 57% gestegen. In hoger beroep loopt de gemiddelde doorlooptijd op tot meer dan 7 maanden.

Eerste aanleg
84 d
gemiddeld, circa 12 weken
Hoger beroep
219 d
gemiddeld, ruim 7 maanden
Stijging
+57%
65 → 102 dagen
Binnen norm
30%
eerste aanleg

Een vraag die iedere arbeidsrechtjurist of advocaat steevast krijgt: hoe lang duurt zo’n procedure eigenlijk? Voor zover mij bekend is naar deze vraag nog geen systematisch onderzoek gedaan, terwijl de relevantie voor de praktijk groot is. De duur van een procedure is namelijk niet alleen een kwestie van planning. In vrijwel elke ontbindingszaak speelt de verwachte procesduur een rol bij de vraag of partijen er beter aan doen te schikken. Hoe langer de procedure duurt, hoe hoger de kosten voor de werkgever (loondoorbetaling, productiviteitsverlies, juridische kosten) en hoe groter de onzekerheid voor de werknemer (inkomen, loopbaan, reputatie). Wie weet hoe lang een ontbindingsprocedure gemiddeld duurt, kan een schikkingsvoorstel beter op waarde schatten. Dit onderzoek brengt die doorlooptijden voor het eerst in kaart.

Voor dit onderzoek heb ik 4.283 ontbindingsbeschikkingen geanalyseerd bij Nederlandse rechtbanken en gerechtshoven. In eerste aanleg kon in 1.908 van de 2.817 beschikkingen (68%) zowel de datum van het verzoekschrift als de datum van de uitspraak uit de tekst worden afgeleid. In hoger beroep was dat bij 737 van de 1.101 beschikkingen het geval (67%). Niet alle uitspraken vermelden deze datums in het procesverloop.

Eerste aanleg: wat zegt de wet?

Art. 7:686a lid 5 BW schrijft voor dat de behandeling van het verzoek aanvangt niet later dan in de vierde week volgende op die waarin het verzoekschrift is ingediend. Dat komt neer op een termijn van vijf weken voor de mondelinge behandeling. De wet verbindt geen sanctie aan overschrijding van deze termijn. De Rechtspraak hanteert daarnaast een streeftermijn van vier weken voor de uitspraak na de mondelinge behandeling. Samen levert dat een beoogde doorlooptijd op van circa negen weken.

Van die negen weken komt in de praktijk weinig terecht. Slechts 30% van de zaken wordt afgehandeld binnen die termijn. De overige 70% duurt langer, soms aanzienlijk langer.

Van 65 naar 102 dagen

In de tweede helft van 2015, direct na de inwerkingtreding van de Wwz, bedroeg de gemiddelde doorlooptijd 49 dagen. Rechtbanken hadden op dat moment nog weinig Wwz-zaken en dus korte wachttijden. Dat cijfer is daarom niet representatief voor de structurele doorlooptijd.

Vanaf 2016, het eerste volledige kalenderjaar onder de Wwz, is de trend duidelijk. De gemiddelde doorlooptijd is gestegen van 65 dagen in 2016 naar 102 dagen in 2025. Dat is een stijging van 57% in tien jaar. De mediaan laat hetzelfde beeld zien: van 63 dagen in 2016 naar 98 dagen in 2025.

De stijging is geleidelijk verlopen. Tot 2019 bleef de gemiddelde doorlooptijd onder de 80 dagen. In 2020 sprong het naar 92 dagen, mede door de gevolgen van de coronapandemie voor de zittingscapaciteit. Sindsdien is het niet meer teruggezakt. In 2024 en 2025 stijgt het verder naar respectievelijk 92 en 102 dagen.

Waar zit de vertraging?

De procedure bestaat uit twee fasen. De eerste fase loopt van het verzoekschrift tot de mondelinge behandeling. De tweede fase loopt van de zitting tot de uitspraak.

De eerste fase duurt gemiddeld 57 dagen, ofwel ruim 8 weken. Dat is aanzienlijk langer dan de wettelijke termijn van vijf weken. Slechts 22% van de zaken haalt die wettelijke termijn.

De tweede fase duurt gemiddeld 26 dagen, ofwel bijna 4 weken. Dat is binnen de streeftermijn van de Rechtspraak. In 74% van de zaken wordt die termijn ook gehaald. Voor deze tweede fase is de dekking in de data aanzienlijk hoger (2.725 zaken, 97% van de eerste-aanleg-beschikkingen), omdat de datum van de mondelinge behandeling in vrijwel elke uitspraak wordt vermeld. De uitkomst op basis van deze grotere set is nagenoeg gelijk aan die van de kleinere set: de uitspraaktermijn na zitting is stabiel en wordt door de meeste rechters gehaald.

De vertraging zit vrijwel volledig in de wachttijd tot de zitting. De rechter houdt zich wél aan de uitspraaktermijn na zitting, maar de wachttijd tot de zitting zelf is structureel te lang.

Grote verschillen tussen rechtbanken

De doorlooptijd verschilt aanzienlijk per rechtbank. Bij de snelste rechtbanken (Noord-Nederland, Limburg, Overijssel) duurt een ontbindingsprocedure gemiddeld circa 10 weken. Bij de langzaamste (Amsterdam, Zeeland-West-Brabant) is dat bijna 13 weken. Een verschil van drie weken.

De dekking per rechtbank verschilt: bij sommige rechtbanken vermeldt een groter deel van de uitspraken de datum van het verzoekschrift dan bij andere. Dit komt doordat sommige rechtbanken of rechters een uitspraak template gebruiken waar de datum van indiening van het verzoekschrift niet vermeld wordt. Rechtbank Noord-Holland is met een dekking van 24% ondervertegenwoordigd. De cijfers per rechtbank moeten daarom met enige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.

Opvallend is dat de ranking per fase verschilt van de totale doorlooptijd. Rechtbank Noord-Nederland is totaal de snelste, maar dat komt vrijwel volledig door de kortste wachttijd tot de zitting (42 dagen). De uitspraaktermijn na zitting is daar juist relatief lang (29 dagen). Bij Rechtbank Limburg is het precies andersom: de wachttijd tot de zitting is gemiddeld (54 dagen), maar na de zitting volgt de uitspraak sneller dan bij welke andere rechtbank ook (19 dagen). Bij Rechtbank Amsterdam zit de vertraging vrijwel volledig in fase 1: de langste wachttijd tot de zitting van alle rechtbanken (66 dagen), terwijl de uitspraaktermijn na zitting juist relatief snel is (25 dagen). De verschillen tussen rechtbanken worden daarmee grotendeels bepaald door de beschikbare zittingscapaciteit, niet door de snelheid waarmee de rechter na de zitting tot een uitspraak komt.

Maakt de grond verschil?

Nauwelijks. Of het nu gaat om disfunctioneren (d-grond, gemiddeld 80 dagen), verwijtbaar handelen (e-grond, gemiddeld 83 dagen), of een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond, gemiddeld 85 dagen): de verschillen zijn beperkt. De doorlooptijd wordt kennelijk meer bepaald door de beschikbaarheid van zittingsruimte dan door de complexiteit van de zaak.

Toewijzing of afwijzing: beperkt verschil

Zaken die worden toegewezen duren gemiddeld 85 dagen. Zaken die worden afgewezen duren gemiddeld 80 dagen. Toegewezen zaken duren dus iets langer, maar het verschil is beperkt.

Hoger beroep: gemiddeld ruim 7 maanden

Wie na de uitspraak van de kantonrechter in hoger beroep gaat, moet rekening houden met een aanzienlijk langere doorlooptijd. De gemiddelde doorlooptijd van beroepschrift tot uitspraak bedraagt 219 dagen (ruim 7 maanden). De mediaan ligt op 176 dagen (bijna 6 maanden).

Ook in hoger beroep is de trend stijgend. In 2016 bedroeg de gemiddelde doorlooptijd 154 dagen. In 2025 is dat opgelopen tot 255 dagen (8,5 maanden). Dat is een stijging van 65%. De mediaan laat hetzelfde beeld zien: van 138 dagen in 2016 naar 232 dagen in 2025. In 2023 bereikte de doorlooptijd een piek van gemiddeld 290 dagen (mediaan 248 dagen), bijna 10 maanden.

Grote verschillen tussen gerechtshoven

De verschillen tussen de vier gerechtshoven zijn nog groter dan de verschillen tussen rechtbanken in eerste aanleg.

Bij Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden duurt een hoger beroep gemiddeld 163 dagen (ruim 5 maanden). Bij Gerechtshof Amsterdam is dat 304 dagen (ruim 10 maanden). Dat is bijna het dubbele. Wie in het ressort Amsterdam in hoger beroep gaat, wacht gemiddeld bijna een jaar op een uitspraak.

Ook in hoger beroep zit de vertraging in de wachttijd tot de zitting. De periode van beroepschrift tot zitting duurt gemiddeld 155 dagen (ruim 5 maanden). De periode van zitting tot uitspraak duurt gemiddeld 63 dagen (2 maanden).

Totale doorlooptijd bij hoger beroep

Wie eerste aanleg en hoger beroep achter elkaar doorloopt, moet rekening houden met een totale procesduur van grofweg tien maanden of meer. Bij het Gerechtshof Amsterdam kan dat oplopen tot meer dan veertien maanden, gerekend vanaf de indiening van het oorspronkelijke verzoekschrift. Voor werkgevers en werknemers die in een ontbindingsprocedure verwikkeld raken, is dat een realiteit waar zij rekening mee moeten houden.

Wat betekent dit voor de praktijk?

De ontbindingsprocedure is in de praktijk steeds minder de snelle ontslagroute die de wetgever voor ogen had. Voor werkgevers betekent dat gemiddeld drie maanden doorlopende loonkosten en een onwerkbare situatie die voortduurt, met uitschieters tot vijf maanden. Bij de Rechtbank Amsterdam is vier maanden geen uitzondering.

Nu vooral de wachttijd tot de mondelinge behandeling structureel oploopt, wordt tijd zelf een factor in het geschil. De uitkomst van een zaak wordt daarmee niet alleen bepaald door de juridische grond, maar ook door de vraag hoeveel vertraging partijen zich kunnen veroorloven. Dat werkt rechtstreeks door in schikkingsonderhandelingen. In de praktijk wordt bij schikkingsonderhandelingen vaak rekening gehouden met de verwachte procesduur en de kosten die daarmee gepaard gaan. Dit onderzoek maakt die factor voor het eerst inzichtelijk en daarmee de onderbouwing van een redelijke schikking transparanter.

Voor de wetgever: art. 7:686a lid 5 BW schrijft een termijn voor de mondelinge behandeling voor die in de praktijk in 78% van de gevallen niet wordt gehaald, terwijl de wet geen sanctie verbindt aan overschrijding. De kloof tussen norm en werkelijkheid is in tien jaar alleen maar groter geworden.

Over de auteur

Stijn Blom is arbeidsrechtadvocaat en eigenaar van Arbeidsadvocaat.nl B.V. Zijn praktijk richt zich volledig op het arbeidsrecht. Stijn adviseert en procedeert voor werkgevers, bestuurders en werknemers over onderwerpen als (collectief) ontslagrecht, arbeidsvoorwaarden, reorganisaties, medezeggenschap en concurrentiebedingen. Dit artikel is het eerste in een reeks publicaties op basis van een analyse van ruim 4.000 ontbindingsbeschikkingen. Vragen of opmerkingen over dit onderzoek? Neem contact op.
Onderzoeksverantwoording

Dit onderzoek is gebaseerd op 4.283 gepubliceerde ontbindingsbeschikkingen van Nederlandse rechtbanken en gerechtshoven op rechtspraak.nl in de periode van 1 juli 2015 tot en met 31 maart 2026. Beschikkingen die nog onder het oude ontslagrecht vielen en uitspraken van gerechten in het Caribisch deel van het Koninkrijk zijn uitgefilterd. Ook (pro forma) beschikkingen met een zeer korte doorlooptijd en beschikkingen met een implausibel lange doorlooptijd (>365 dagen) zijn uitgefilterd. De extractie en structurering van de gegevens zijn uitgevoerd met behulp van AI, gevolgd door controles en opschoning. Het onderzoek heeft dus betrekking op gepubliceerde rechtspraak, niet op alle ontbindingszaken in Nederland. Voor de doorlooptijdanalyse in eerste aanleg zijn 1.908 eindbeschikkingen waarin inhoudelijk op het ontbindingsverzoek is beslist gebruikt, waarin zowel de datum van het verzoekschrift als de datum van de uitspraak uit de tekst kon worden afgeleid (68% van de eindbeschikkingen in eerste aanleg). Tussenbeschikkingen en beschikkingen waarin niet inhoudelijk is beslist (bijvoorbeeld door intrekking van het verzoek of een voorwaardelijk verzoek dat niet aan de orde kwam) zijn niet meegenomen. In hoger beroep waren dat 737 beschikkingen (67% van de appelbeschikkingen). De dekking verschilt per gerecht, omdat de verzoekschriftdata niet in elke uitspraak expliciet worden vermeld. Vergelijkingen tussen gerechten moeten daarom met enige voorzichtigheid worden gelezen.

Advies nodig over een ontbindingsprocedure?

Wij adviseren en procederen namens werkgevers en werknemers. Daarbij beoordelen wij de strategie, de verwachte duur van de procedure en de kans van slagen.

Gesprek inplannen →

Footer

ABONNEER OP DE NIEUWSBRIEF

  • Privacy Policy
  • Klachtenregeling
  • Algemene Voorwaarden
  • Rechtsgebiedenregister
  • BTW: NL855181044B01
  • 085 – 060 6499
  • EINDHOVEN OFFICE
  • ONLINE OFFICE
  • Whatsapp
  • Linkedin
  • Instagram
  • TikTok

Google Rating

5,0 83 reviews

© 2026 ARBEIDSADVOCAAT.NL

Copyright © 2026 · Stijn theme on Genesis Framework · WordPress · Log in

  • Privacy Policy
  • Klachtenregeling
  • Algemene Voorwaarden
  • Rechtsgebiedenregister
  • BTW: NL855181044B01
Arbeidsadvocaat.nl maakt gebruik van cookies
Om de beste browse ervaring te bieden, gebruikt deze website functionele en analytische cookies. U blijft anoniem. Cookies van derden worden niet zonder uw toestemming geplaatst.
Functioneel Altijd actief
The technical storage or access is strictly necessary for the legitimate purpose of enabling the use of a specific service explicitly requested by the subscriber or user, or for the sole purpose of carrying out the transmission of a communication over an electronic communications network.
Preferences
The technical storage or access is necessary for the legitimate purpose of storing preferences that are not requested by the subscriber or user.
Analytisch
The technical storage or access that is used exclusively for statistical purposes. The technical storage or access that is used exclusively for anonymous statistical purposes. Without a subpoena, voluntary compliance on the part of your Internet Service Provider, or additional records from a third party, information stored or retrieved for this purpose alone cannot usually be used to identify you.
Marketing
The technical storage or access is required to create user profiles to send advertising, or to track the user on a website or across several websites for similar marketing purposes.
  • Beheer opties
  • Beheer diensten
  • Beheer {vendor_count} leveranciers
  • Lees meer over deze doeleinden
Bekijk voorkeuren
  • {title}
  • {title}
  • {title}
  • English