Cijfers, onderzoek en tools voor de arbeidsrechtpraktijk
Wij analyseren duizenden rechterlijke uitspraken en bouwen tools op basis van de resultaten. Onafhankelijk, datagedreven, openbaar.
Billijke vergoeding: welke factoren bepalen de hoogte? Deel 2.
In deel 1 bleek onder andere dat de mediaan billijke vergoeding €15.000 bedraagt en dat de grondslag groot verschil maakt. Maar welke factoren bepalen of een billijke vergoeding hoog of laag uitvalt?
De Hoge Raad spreekt van ‘gezichtspunten’, wat strikt genomen zuiverder is. Ik gebruik hier de term ‘factoren’ als praktische verzamelterm voor de gezichtspunten die rechters expliciet in de begrotingsmotivering betrekken.
Welke factoren noemen rechters het vaakst bij de begroting?
In 1.043 zaken waarin een billijke vergoeding werd toegekend onderzocht ik met AI welke factoren de rechter expliciet in de begrotingsmotivering betrekt. Het beeld is duidelijk: rechters werken in de praktijk met een kern van vijf à zes factoren.
De mate van verwijtbaarheid van de werkgever wordt in 70% van de zaken expliciet benoemd. De verwachte restduur van het dienstverband in 60%. Inkomensschade of loonverlies in 56%. Deze drie factoren vormen samen het begrotingsanker: hoe ernstig was het gedrag van de werkgever, hoelang zou het dienstverband zonder dat gedrag hebben voortgeduurd, en wat is de inkomensschade over die periode?
Daaronder een tweede laag: de arbeidsmarktpositie van de werknemer wordt in 36% van de zaken expliciet meegewogen. Of een uitkering in mindering wordt gebracht in 31%. Of de werknemer nieuw werk heeft gevonden in 30%. En immateriële schade in 26%.
Factoren als pensioenschade (13%), non-actiefstelling (11%) en de financiële situatie van de werkgever (8%) komen minder vaak voor, maar hebben wel, zoals hierna blijkt, een sterke samenhang met de hoogte als ze wel worden meegewogen.
Boot & Pesser (2024) [1] telden factoren in 139 uitspraken over 2021–2023 en vonden dat gemist loon en verwachte duur het vaakst worden meegewogen, gevolgd door verwachte toekomstige inkomsten en verwijtbaarheid van de werkgever. Mijn data laat een vergelijkbaar beeld zien, al verschilt de exacte rangorde doordat ik inkomensschade en verwachte restduur als afzonderlijke factoren tel. In beide onderzoeken vormen inkomensschade, restduur en verwijtbaarheid de kernfactoren.
Met welke hogere of lagere bedragen hangen die factoren samen?
De vraag is niet alleen hoe vaak een factor voorkomt, maar ook: waar leidt die factor toe in de hoogte van de billijke vergoeding? Per factor vergeleek ik de mediaan billijke vergoeding in zaken waarin de factor expliciet verhogend of verlagend meespeelde met de totale mediaan van €15.000.
De sterkste verhogende samenhang: als gemiste bonussen of variabele beloning expliciet in de begroting wordt betrokken, bedraagt de mediaan €95.000. Dat is €80.000 boven de totale mediaan. Bij pensioenschade is de mediaan €68.000 (+€53.000). Bij non-actiefstelling €50.000 (+€35.000). Bij een ongunstige arbeidsmarktpositie €49.033 (+€34.000).
Aan de verlagende kant: als kort dienstverband als verlagende factor wordt meegewogen, bedraagt de mediaan €6.300 (−€8.700 ten opzichte van de totale mediaan). Bij eigen verwijt van de werknemer €10.000 (−€5.000). Als de rechter vaststelt dat de werkgever de arbeidsovereenkomst ook op rechtmatige wijze had kunnen beëindigen, bedraagt de mediaan eveneens €10.000 (−€5.000).
Deze cijfers tonen samenhang, geen causaliteit. Een factor als pensioenschade ‘veroorzaakt’ niet direct een hogere billijke vergoeding. Zaken waarin pensioenschade een rol speelt betreffen doorgaans oudere werknemers met langere dienstverbanden en hogere salarissen. Wat de cijfers wel laten zien: als een rechter een bepaalde factor expliciet in de begroting betrekt, hoe verhoudt de mediaan van die zaken zich tot de totale mediaan van €15.000.
Welk type verwijt hangt samen met de hoogste bedragen?
Naast de begrotingsfactoren onderzocht ik ook met welk type verwijt van de werkgever de hoogste bedragen samenhangen. Aansturen op verstoring van de arbeidsverhouding hangt samen met een mediaan van €40.000. Onvoldoende verbetertraject met €39.250. Schending van re-integratieverplichtingen met €34.565. Onterecht ontslag op staande voet hangt samen met een mediaan van €7.500, consistent met het beeld uit deel 1 dat vernietigbare opzeggingen structureel lagere bedragen opleveren.
Welke tweetallen van factoren springen eruit?
Hoeveel van het gevorderde wordt toegekend?
In 875 uitspraken zijn zowel het gevorderde als het toegekende bedrag bekend. De mediaan van het gevorderde bedrag is €58.328. De mediaan van het toegekende bedrag is €15.000. Dat is circa een kwart van het gevorderde. Ook per categorie is die ratio opvallend stabiel: circa 25% bij ernstig verwijtbaar handelen, 28% bij vernietigbare opzegging, 26% bij hoger beroep en 25% bij bestuurders.
Beukhof & Rietveld (2017) [2] concludeerden op basis van 100 uitspraken dat gemiddeld ongeveer een derde van het gevorderde wordt toegekend. Mijn data laat een vergelijkbaar, maar genuanceerder beeld zien: de mediaan ratio is 27%, het gemiddelde 37%. Het verschil wordt verklaard door een aantal zaken waarin de rechter meer toewijst dan gevorderd, of waarin het gevorderde bedrag zeer laag was.
Tot slot
De data uit deel 1 en deel 2 laat een aantal duidelijke patronen zien. De mediaan billijke vergoeding is met €15.000 aanzienlijk lager dan gemiddeldes van >€40.000 die in juridische literatuur worden gerapporteerd. Rechters werken veelal met een beperkte kern van factoren, waarbij inkomensschade en de verwachte restduur van het dienstverband de kern vormen. En de factoren die de rechter expliciet in de begroting betrekt hangen sterk samen met de hoogte. Dat maakt de billijke vergoeding minder onvoorspelbaar dan vaak wordt aangenomen. Wie weet welke grondslag speelt, welke factoren meewegen en in welke richting die werken, kan een realistischere inschatting maken dan op basis van gemiddelden alleen.
In de komende weken deel ik meer rechtspraakanalyses.
[1] R.J. Boot & D.J. Pesser, ‘Kennelijk onredelijk ontslagvergoeding versus de billijke vergoeding’, ArbeidsRecht 2024
[2] M. Beukhof & R. Rietveld, ‘Billijke vergoeding: verlagende factoren in cijfers’, TvO 2017/2
Dit onderzoek is gebaseerd op 4.252 uitspraken over de billijke vergoeding bij Nederlandse rechtbanken en gerechtshoven, gepubliceerd op rechtspraak.nl in de periode 1 juli 2015 tot 29 maart 2026. De extractie en analyse zijn uitgevoerd met behulp van de Anthropic Batch API (Claude Sonnet). De feitelijke kernvelden zijn gevalideerd door handmatige controle van 100 uitspraken (nauwkeurigheid circa 94%). Bij de gezichtspunten lag de nauwkeurigheid rond 85–90%.
Advies nodig over een billijke vergoeding?
Wij adviseren werkgevers en werknemers over strategie en verwachte uitkomst.