Oproepovereenkomst

: Wanneer is sprake van een oproepovereenkomst?

De oproepovereenkomst is het type overeenkomst waarbij de oproepkracht (pas) komt werken wanneer deze door de werkgever wordt opgeroepen (art. 7:628a lid 9 BW). Er is geen sprake van een vast aantal overeengekomen uren waardoor de oproepkracht flexibel kan worden ingezet. Het oproepcontract kan meerdere vormen aannemen zoals een nulurenovereenkomst, een min-max contract, voorovereenkomst of een MUP-contract. Kenmerkend voor het oproepcontract is dat bij dit contract ‘het loon per tijdseenheid van langer dan een maand maar korter dan een jaar wordt betaald’ en daarbij dat ‘het loon gelijkmatig over die tijdseenheid gespreid is’. Kortgezegd moet het gaan om het type contract waarbij geen vaste aantallen uren zijn vastgelegd die de oproepkracht maximaal in een maand werkt, maar wel hoewel uur er maximaal per jaar wordt gewerkt. Dat kan dus ook per kwartaal, halfjaar of maximaal per jaar zijn vastgelegd. En wanneer geen werkzaamheden worden verricht, bestaat ook geen plicht tot loondoorbetaling. Na twaalf maanden heeft de werknemer recht op een aanbod tot het krijgen van een vaste arbeidsomvang. Daarvoor wordt gekeken naar het gemiddelde aantal uren dat de werknemer in de afgelopen twaalf maanden heeft gewerkt. De werknemer die drie maanden of langer bij de werkgever werkt, kan zelf ook al vragen om een vast aantal uren, maar na twaalf maanden moet de werkgever het vast aantal uren (ook) verplicht aanbieden.