Laatst bijgewerkt: oktober 2026
De kantonrechter heeft beslist. Heeft doorprocederen zin? De werkgever wiens ontbindingsverzoek is afgewezen en de werknemer wiens arbeidsovereenkomst is ontbonden, stellen deze zelfde vraag. Wij analyseerden 1.050 gepubliceerde eindbeschikkingen van de gerechtshoven in ontbindingszaken (juli 2015 t/m juli 2026) en splitsen het antwoord uit naar procesdoel: alsnog beëindiging, herstel van de arbeidsovereenkomst of een andere financiële uitkomst.
De werkgever die na een afgewezen ontbindingsverzoek in hoger beroep gaat, bereikt in 48% van de zaken alsnog het einde van de arbeidsovereenkomst. De werknemer die een toegewezen ontbinding bestrijdt, krijgt in 26% van de zaken een ander ontslagoordeel. En wie als werknemer gelijk krijgt, eindigt vaker met een vergoeding dan met zijn baan.
Wat levert hoger beroep op?
We kijken naar de 563 zaken waarin een werkgeversverzoek (art. 7:671b BW) centraal stond en de ontbinding zelf in hoger beroep nog ter discussie staat. Die vallen uiteen in twee routes.
Route één: de kantonrechter wees het ontbindingsverzoek af (185 zaken). Het hof bepaalt in 88 zaken alsnog het einde van de arbeidsovereenkomst (48%); in 84 zaken houdt de afwijzing stand (45%). Onder deze zaken komt alsnog beëindigen dus ongeveer even vaak voor als het in stand laten van de afwijzing.
Route twee: de kantonrechter ontbond en de werknemer vecht dat aan (376 zaken). Het hof oordeelt in 97 zaken dat de ontbinding ten onrechte was (26%); in 262 zaken blijft de beslissing in stand (70%). De ontbinding terugdraaien is dus aanzienlijk moeilijker dan deze alsnog voor elkaar krijgen.
De resterende zaken in beide routes hebben een gemengde of niet eenduidig te classificeren uitkomst. Die zaken blijven in de totale noemer opgenomen, maar zijn niet als bevestigd succes of bevestigd uitblijven van succes geclassificeerd.
Wat gebeurt er als het hoger beroep slaagt?
De wettelijke systematiek van art. 7:683 BW bepaalt wat een geslaagd hoger beroep oplevert en dat verschilt dus per richting. Vindt het hof dat de kantonrechter het ontbindingsverzoek ten onrechte afwees, dan bepaalt het zelf op welk tijdstip de arbeidsovereenkomst alsnog eindigt (lid 5). Vindt het hof dat de kantonrechter ten onrechte ontbond, dan wordt die ontbinding daardoor niet automatisch ongedaan gemaakt: het hof kan herstel van de arbeidsovereenkomst bevelen of de werknemer een billijke vergoeding toekennen (lid 3). Herstel kan daarbij met terugwerkende kracht worden uitgesproken; dat gebeurde in 32 zaken.
De toetsingsmomenten verschillen bovendien per vraag. Of de kantonrechter terecht ontbond, beoordeelt het hof naar de feiten van toen (ex tunc). Of na een afwijzing alsnog moet worden beëindigd, en de keuze tussen herstel en vergoeding, beoordeelt het hof in beginsel naar de situatie op het moment van zijn eigen beslissing (ex nunc). Tegen die tijd is er sinds de eerste aanleg vaak ruim een half jaar of langer verstreken, en dat tijdsverloop kan in het nadeel van terugkeer werken.
Of deze systematiek ook het volledige verschil tussen 48% en 26% verklaart, kan dit onderzoek niet vaststellen. Welke zaken in hoger beroep worden gebracht, is immers zelf een keuze van partijen, en die selectie kan per route verschillen. De cijfers beschrijven de uitkomsten, niet de oorzaak.
Wanneer volgt herstel van de arbeidsovereenkomst?
De werknemer die na een ontbinding zijn baan terug wil, verzoekt het hof om herstel. Dat gebeurde in 321 van de 376 zaken in route twee; het werd in 40 zaken toegewezen (12%), waarvan 32 keer met terugwerkende kracht. Die lage score heeft een duidelijke oorzaak: van de 281 niet-toegewezen herstelverzoeken strandde 81% op de voorvraag, omdat het hof de ontbinding in stand liet.
Wie die voorvraag wél wint, maakt een serieuze kans op terugkeer. Binnen de 97 zaken met een gecorrigeerd ontslagoordeel was in 79 herstel verzocht; het werd in 40 daarvan toegewezen, ruim de helft. Per saldo eindigen van die 97 werknemers er 40 met herstel en 57 met een billijke vergoeding in plaats van herstel, met in die laatste groep een mediaan van €24.500.
Als het alleen nog over de afwikkeling gaat
Dan de grootste vergeten categorie. In 425 van de 1.050 eindbeschikkingen, vier op de tien, staat de beëindiging zelf niet meer ter discussie en draait het hoger beroep om de afwikkeling, vrijwel altijd financieel: de billijke vergoeding, de transitievergoeding of een ander bedrag. Wie “hoger beroep in een ontslagzaak” hoort, denkt aan een strijd om de baan, maar meestal gaat het dus om geld.
Ook in die route blijft de bestreden beslissing meestal overeind: in 315 zaken (74%). In 60 zaken (14%) is een wijziging van de vergoeding geregistreerd. Als het hof daarbij een bedrag vaststelt, is de mediaan €22.500.
Over alle eindbeschikkingen samen kent het hof in 290 zaken een billijke vergoeding toe, met een mediaan van €30.000. Dat is het dubbele van de mediaan die wij eerder over alle instanties en (ook) met andere soorten billijke vergoedingen vonden in ons onderzoek naar de billijke vergoeding.
Wat betekent dit voor jouw zaak?
Terug naar de beslisvraag, per procesdoel. Voor de werkgever wiens verzoek is afgewezen, laat de gepubliceerde rechtspraak een reële route zien: in bijna de helft van de zaken bepaalt het hof alsnog het einde.
Voor de werknemer die zijn baan terug wil, is het beeld tweeledig. De eerste horde (ontbinding onterecht) is hoog: in slechts een kwart van de zaken corrigeert het hof het ontslagoordeel. Maar wie die eerste horde weet te slechten en herstel heeft verzocht, krijgt het in ruim de helft van de gevallen. Houd er tegelijk rekening mee dat de uitkomst ook dan een vergoeding kan zijn in plaats van terugkeer.
Voor de partij die alleen de afwikkeling bestrijdt, geldt dat een wijziging van de vergoeding in een op de zeven zaken voorkomt. Daarbij telt in alle routes de factor tijd: van beroepschrift tot hofbeschikking zit een mediaan van 179 dagen, bijna een half jaar bovenop de eerste aanleg. En een historisch uitkomstpercentage is geen individuele proceskans: deze cijfers helpen op onderbouwde wijze eht gesprek te voeren over wat doorprocederen realistisch kan opleveren, niet meer en niet minder.
Over de auteur
Stijn Blom is arbeidsrechtadvocaat en oprichter van Arbeidsadvocaat.nl. Hij staat werkgevers en werknemers bij in ontslagprocedures, in eerste aanleg en in hoger beroep. Twijfel je over hoger beroep tegen een ontbindingsbeschikking? Plan een vrijblijvend gesprek in
Onderzoeksverantwoording
Dit onderzoek is gebaseerd op 1.050 gepubliceerde eindbeschikkingen van de gerechtshoven in hoger beroep op de voet van art. 7:683 BW, verzameld via rechtspraak.nl over de periode 3 juli 2015 tot en met 29 juli 2026 (peildatum 20 september 2026); tussenbeschikkingen zijn buiten de uitkomstanalyses gehouden. De twee hoofdroutes betreffen de 563 zaken met een oorspronkelijk werkgeversverzoek (7:671b) waarin de ontbinding zelf in hoger beroep ter discussie staat; zaken met een gemengde of niet eenduidig te coderen uitkomst tellen mee in de noemer, maar niet als succes of falen. Gerekend over alleen de eenduidig besliste zaken worden de kernpercentages 51% en 27%. Herstel is gemeten op het beslissingsveld per zaak; bedragen uit eerste aanleg en hoger beroep zijn niet aan elkaar gekoppeld, zodat de financiële verandering per zaak niet kan worden berekend, en de richting van een gewijzigde vergoeding is niet vastgelegd. De extractie en structurering zijn uitgevoerd met AI (Anthropic Claude, batchverwerking), gevolgd door controles, opschoning en steekproefsgewijze handmatige validatie. Het onderzoek betreft gepubliceerde rechtspraak, niet alle hogerberoepszaken; geschikte en ingetrokken beroepen blijven buiten beeld en de cijfers zijn geen voorspelling voor een individuele zaak.
Hulp nodig bij een hoger beroep?
Wij adviseren en procederen voor werkgevers en werknemers en gaan altijd voor het beste resultaat.